• Roan van Schravendijk: Het Maarssen-gevoel

    Roan is 22 jaar, woont in Maarssen en is een bekend gezicht bij Maarssen. Hij voetbalt er zelf in het eerste elftal, maar staat daarnaast alweer heel wat jaren als trainer op het veld. Een gesprek met Paul Blank over opgroeien binnen de club, de dynamiek van het trainerschap, familieteams en de ambitie om het échte clubgevoel weer helemaal terug te brengen.

    De vroege jaren bij VV Maarssen
    Paul: Laten we bij het begin beginnen. Kan je iets over je achtergrond vertellen? Wanneer ben je bijvoorbeeld begonnen met voetballen?
    Roan: Ik ben Roan, 22 jaar oud, en ik woon sinds mijn vierde in Maarssen. Eigenlijk ben ik direct in datzelfde jaar begonnen als voetballer bij VV Maarssen. De laatste vijf tot zes jaar ben ik daarnaast ook actief als trainer.

    Paul: En in welk team voetbal je nu zelf?
    Roan: Ik zit nu in het eerste elftal. Dit is mijn tweede echte opeenvolgende jaar in de selectie. Drie jaar geleden sloot ik ook al aan, maar toen speelde ik weinig en dat vond ik niet zo leuk. Ik ben toen voor een jaartje teruggegaan naar de onder 23 om speelminuten te maken, en daarna ben ik weer bij het eerste aangesloten.

    Paul: Voetbal is dus echt jouw sport geworden. Wat deden jouw ouders vroeger op sportgebied?
    Roan: Mijn vader heeft vroeger altijd gevoetbald. Hij komt oorspronkelijk uit Hengelo, uit de buurt van Enschede, en speelde daar lekker zijn wedstrijden. Mijn moeder deed vroeger aan turnen. Ze wilde ook heel graag op atletiek, maar dat is er uiteindelijk volgens mij niet van gekomen.

    Paul: Heeft je vader in Hengelo het eerste elftal nog bereikt?
    Roan: Ja, hij heeft wel in het eerste gevoetbald. Later heeft hij ook in Utrecht gespeeld, maar dat was niet op een denderend niveau. Gewoon een beetje het niveau wat wij nu met Maarssen spelen. De club waar hij destijds speelde bestaat inmiddels niet meer.

    Paul: Hoe is jullie gezin destijds in Maarssen terechtgekomen?
    Roan: Hiervoor woonden we in IJsselstein. Mijn tante woonde al in Maarssen, dus misschien was dat een van de redenen, maar de exacte reden waarom we destijds zijn verhuisd zou ik eigenlijk niet weten.

    Een hechte generatie
    Paul: Je stroomde als vierjarige in bij VV Maarssen. Was dat direct bij de Benjamins?
    Roan: Klopt, ik begon inderdaad bij de Benjamins. Daarna gingen we over naar de interne competitie en kwam ik in team “Barcelona” terecht. Het leuke is dat een groot deel van de jongens met wie ik nu in het eerste voetbal, toen ook al bij mij in het team zaten. Jongens zoals Noel Brouwer en Giuliano Beijer voetbalden toen al met mij. Ook in de teams waar we destijds tegen moesten spelen liepen jongens rond die nu in de selectie zitten.

    Paul: Is daar een logische verklaring voor? Het is best uniek dat zoveel jongens die als kleuter zijn begonnen, uiteindelijk samen het eerste halen.
    Roan: We waren simpelweg een ontzettend hechte groep. Natuurlijk vertrekken er altijd mensen die gaan studeren, maar de jongens die in Maarssen bleven wonen of werken, zijn eigenlijk altijd blijven voetballen. Daarnaast speelde het mee dat vorig jaar ineens de helft van het eerste elftal vertrok. Daardoor kregen veel jonge jongens de kans om door te stromen, waardoor ik ineens weer met mijn oude teammaten op het veld stond.

    Paul: Weet je nog wie destijds de begeleiding deed bij de Benjamins?
    Roan: Dat was een grote groep trainers. Mijn vader liep er rond, net als Jordi Beijer en Cees ten Berge. Onze specifieke trainers waren Harry de Jong en Daniel Bentveld. Toen we eenmaal echte competities gingen spelen, namen Harry de Jong en mijn vader de trainingen over. Mijn vader deed dat puur omdat hij het leuk vond om ons te begeleiden, hij had toen nog geen trainerservaring of KNVB-diploma's. Die papieren heeft hij pas later via Maarssen gehaald.

    Paul: Je vader was dus erg betrokken bij jouw voetbalelftal. Heb je eigenlijk nog broers of zussen?
    Roan: Ik heb een oudere broer en een jonger broertje. Zij wonen allebei niet meer thuis; de een woont in Rotterdam en de ander in Utrecht. Ze voetballen allebei ook nog. Mijn vader trainde hen vroeger trouwens ook gewoon tussendoor, dus hij was destijds echt niet weg te slaan bij de club. Nu gaat hij nog regelmatig bij hen kijken, al is Rotterdam op zondag natuurlijk wel iets verder rijden. Tegenwoordig heb ik die rol van veel op de club zijn een beetje van mijn vader overgenomen.

    Tactiek en de switch naar het trainerschap
    Paul: Op een gegeven moment werd Dennis Brouwer jullie trainer. Hoe lang heeft hij voor de groep gestaan?
    Roan: Ik denk een jaar of twee tot drie. Als ik terugdenk aan die beginperiode toen we nog klein waren, vond ik de sfeer eromheen altijd geweldig. Na de training met z'n allen douchen, een beetje keten, en dan samen op de fiets heen en terug. Ook het rondhangen op zondag was top. Veel van onze vaders voetbalden samen in het vierde elftal, zo’n echt veteranenteam. Dan gingen we met alle kinderen mee om te kijken en zelf lekker te voetballen.

    Paul: Doe je buiten het voetbal eigenlijk nog aan andere sporten?
    Roan: Nee, eigenlijk niet. Motorisch ben ik wel goed gebouwd en ik denk dat ik de basis van de meeste sporten wel beheers. Vroeger gingen we op zondag vaak naar Sam Sam. Terwijl mijn ouders daar sportten, waren wij met de broers aan het spelen. Alle sporten kwamen daar voorbij. Badminton ligt me bijvoorbeeld beter dan pingpong, want backspin vind ik lastig. Een honkbal of golfbal ver wegslaan heb ik nooit echt gedaan, maar met een beetje oefening zou dat na een paar keer proberen wel moeten lukken.

    Paul: Was er in je jeugd een specifiek moment dat je merkte dat je echt aanleg had voor voetbal?
    Roan: Zelf had ik dat idee nooit zo, maar ik hoorde achteraf dat ik bekendstond als een van de slimmere spelers. Waar andere kinderen blind achter de bal aan renden, bleef ik tactisch achterin wachten om de bal te onderscheppen en naar voren te brengen. Gewoon slim voetballen. In die tijd scoorde ik trouwens ook veel meer dan nu, tegenwoordig willen ze er helaas niet echt meer in.

    Paul: Van welke trainer heb je in je jeugd het meeste geleerd?
    Roan: Dat is zonder twijfel André Sluring geweest bij de onder 23. Tot die tijd leken alle trainers qua werkwijze best wel op elkaar. André pakte het echt anders aan en ging veel dieper in op het tactische aspect. We trainden heel specifiek per linie en per zone; het veld werd als het ware in stukjes gehakt. Dat was erg goed voor mijn ontwikkeling. Daarnaast was het buiten het veld ook gewoon een heel gezellig team met een goede klik.

    De rol als buurtsportcoach en toekomstvisie
    Paul: Hoe ben je uiteindelijk zelf het trainersvak in gerold?
    Roan: Dat begon als een stage vanuit school. Het was makkelijk om dat bij mijn eigen club te doen. Ik begon destijds samen met Chavan Bihari, de toenmalige hoofd jeugdopleiding, bij de onder 13-1. Dat beviel zo goed dat ik het ben blijven doen. Later ben ik samen met Peter Broekman de onder 11-2 gaan trainen. Dat contact liep destijds via Dennis Brouwer. Inmiddels werk ik al vier jaar heel fijn met Peter samen.

    Paul: Volgend jaar ga je de onder 19 trainen samen met Theo van der Werf. Peter stopt ermee omdat zijn dochter Jenna naar FC Utrecht vertrekt. Dat betekent dat je met aanzienlijk oudere jongens gaat werken. Hoe kijk je naar dat verschil?
    Roan: Jonge kinderen luisteren vaak net iets beter en nemen sneller iets van je aan. Bij de oudere jeugd merk je dat er in die leeftijdscategorie veel meer bij komt kijken dan alleen voetbal. Ik doe dit jaar al de onder 17, dus ik ken die jongens en de puberstreken inmiddels een beetje. In de trainingen neem ik de tactische werkwijze van André mee, al heeft Theo ook weer een heel eigen, interessante visie op voetbal.

    Paul: Heb je de ambitie om uiteindelijk hoofdtrainer te worden van een eerste elftal?
    Roan: Op dit moment mag ik dat sowieso nog niet, want ik heb alleen mijn diploma voor de junioren. Maar ik wil het nu ook niet. Ik ben nu nog te druk met mijn eigen voetbal. Als je ergens hoofdtrainer wordt, moet je je daar voor de volle 100% op kunnen focussen. Dat is onmogelijk te combineren met je eigen trainingen en wedstrijden.

    Paul: Naast het voetbal ben je maatschappelijk erg betrokken. Je werkt als buurtsportcoach in Overvecht bij Sport Utrecht. Wat houdt dat precies in?
    Roan: Mijn vader heeft daar ook gewerkt. Als buurtsportcoach probeer ik kinderen in de wijk Overvecht aan het sporten te krijgen en hen te begeleiden richting een sportvereniging. Voor veel ouders die de Nederlandse taal niet goed beheersen is het een enorme drempel om uit te zoeken hoe dat werkt. Ik help hen daarbij via de scholen. Zelfs als geld geen enkele rol zou spelen in mijn leven, zou ik dit werk nog steeds willen blijven doen.

    Luister hier de Podcast met Roan op VechtVibes